Icoon Casey Stoner: natuurtalent dat sneller was dan zijn erelijst

| |

Qua puur talent hoort Casey Stoner zonder twijfel thuis in hetzelfde rijtje als Valentino Rossi en Marc Márquez, maar zijn erelijst vertelt een ander verhaal. De Australiër stopte al op 27-jarige leeftijd en liet daardoor vooral de vraag achter hoeveel meer er nog in had gezeten. MOTO73 duikt in de carrière van een uitzonderlijk natuurtalent: van de enorme offers die zijn familie bracht om hem als tiener in Europa te laten racen tot zijn wereldtitels, zijn meesterschap op de Ducati en zijn vroege afscheid van de MotoGP.

In oktober wordt de Grand Prix van Australië voorlopig voor het laatst op Phillip Island verreden. Het iconische circuit, dat bij veel raceliefhebbers favoriet is, moet plaatsmaken voor het ‘Street Circuit’ van Adelaide, wat toch significant iets anders is dan een stratencircuit. Op Phillip Island werd in 1989 voor het eerst een Australische GP georganiseerd. Dit kwam voort uit de 500cc-wereldtitel van Wayne Gardner twee jaar eerder. Vervolgens had Australië jarenlang met Michael Doohan een absolute wereldtopper, al werd er in de periode dat hij domineerde voornamelijk op Eastern Creek gereden. In 1997 keerde de Grand Prix terug naar Phillip Island en werd er onafgebroken – uitgezonderd de COVID-periode – gereden. Wanneer je Australiërs vraagt naar de koning van Phillip Island, worden niet Gardner of Doohan genoemd maar Casey Stoner. Dat is ook niet zo gek, want vanaf 2007 tot en met zijn laatste MotoGP-race in eigen land in 2012 was hij er onverslaanbaar. Zes keer op rij was Stoner de beste op Phillip Island. Ook stelde hij zijn tweede en laatste MotoGP-titel in 2011 op zijn thuiscircuit veilig. Van zijn zes MotoGP-zeges in Australië won hij er vijf met een grote voorsprong. Slechts één keer, in 2009, kon Valentino Rossi hem serieus partij geven. Net als bij zijn landgenoten Doohan en Gardner werd ook een deel van het circuit naar Stoner vernoemd. Tijdens zijn laatste MotoGP-optreden kreeg de derde bocht – een snelle knik naar links, waar Stoner als geen ander glijdend doorheen ging – zijn naam.

Alles voor de racerij

Door op 27-jarige leeftijd te stoppen, kreeg Stoner toch iets mysterieus. Later werd hij bekend om zijn uitgesproken mening over de huidige ontwikkelingen in de MotoGP, waar volgens hem aerodynamica en hulpmiddelen ervoor zorgen dat de coureur veel minder het verschil maakt dan vroeger. En het verschil maken kon Stoner als geen ander tijdens zijn carrière, terwijl hij opgroeide in een zeer sterke lichting met rijders als Valentino Rossi, Dani Pedrosa, Andrea Dovizioso en later Jorge Lorenzo en Marco Simoncelli. In tegenstelling tot deze rijders moest de Australiër zijn thuisland verlaten om zijn droom te verwezenlijken. Stoner zat al op jonge leeftijd op de motor. In Australië maakte hij naam in dirttrack- en speedwaywedstrijden, maar wie de overstap naar het asfalt wilde maken, liep tegen de regels aan. Pas vanaf zijn zestiende mocht hij er op een volwaardige wegracemotor uitkomen.

In Europa lag die leeftijdsgrens lager. Voor Stoner, die toen al te boek stond als een uitzonderlijk talent, lonkte daarom een andere route. Toen Casey veertien was, nam de familie Stoner een besluit dat zijn verdere leven zou bepalen. Vader Colin en moeder Bronwyn verkochten hun huis en een groot deel van hun bezittingen in het dorpje Kurri Kurri en vertrokken met hun zoon naar Engeland. Niet met een lucratief fabriekscontract op zak of een fabrikant die de rekening betaalde, maar op eigen initiatief en grotendeels voor eigen risico. Alles stond in het teken van één doel: Casey de kans geven om in Europa door te breken als wegracer.

In Engeland leefde het gezin naar verluidt eenvoudig. Vrijwel alles draaide om de racerij: het geld ging op aan motoren, onderdelen, inschrijfgeld en de vele kilometers naar de circuits. Vader Colin hield zich intensief bezig met de techniek en het vervoer, terwijl Casey vooral één opdracht had: zoveel mogelijk rijden en ervaring op asfalt verzamelen. Die leerschool wierp snel zijn vruchten af.

In 2000 kwam Stoner, pas veertien en vijftien jaar oud, uit in verschillende wegraceklassen in Groot-Brittannië en Spanje. Vooral in dat laatste land begon zijn snelheid op te vallen als lid van het Telefónica Movistar Team, dat met Honda deelnam aan het Spaanse 125cc-kampioenschap. Het team, dat onder leiding stond van voormalig Grand Prix-coureur Alberto Puig, bestond verder uit Dani Pedrosa en Toni Elías. Oftewel: drie coureurs die elkaar jaren later nog in de GP’s zouden tegenkomen. Puig zorgde er ook voor dat de touringcar waarin de familie Stoner leefde in Barcelona kon worden geparkeerd. Via de Spanjaard ging tevens de deur naar het wereldkampioenschap open voor de nog zo jonge Australische coureur. In 2001 kreeg Casey twee wildcards in de 125cc en zette hij als vijftienjarige zijn eerste stappen in de Grand Prix-racerij.

Icoon Jacky Martens: de frontman(nen)

Meteen snel

De volgende stap kwam bijna toevallig tot stand. De Italiaan Lucio Cecchinello had als eigenaar en manager van zijn LCR-team voor 2002 een nieuwe sponsor gevonden die niet alleen twee 125cc-machines, maar ook twee Aprilia’s in de 250cc wilde inzetten. Voor één daarvan zocht Cecchinello een jong talent. Via Dorna kwam hij bij Alberto Puig terecht, die hem wees op de pas zestienjarige Australiër die hij in Spanje onder zijn hoede had. Cecchinello besloot Stoner uit te nodigen voor een test op Jerez. Een gewaagde stap, want Casey kwam rechtstreeks van een 125cc en kreeg bovendien geen volwaardige fabrieks-Aprilia tot zijn beschikking.

Veel tijd om daaraan te wennen had hij blijkbaar niet nodig. Al tijdens zijn eerste kennismaking met de 250cc zat Stoner volgens Cecchinello verrassend dicht bij de rondetijden van Marco Melandri, die op de fabrieks-Aprilia reed en dat jaar wereldkampioen zou worden. Voor Cecchinello was dat voldoende bewijs: deze jongen verdiende een kans.

Eigenlijk zag Cecchinello de 125cc als de logischere leerschool voor de piepjonge Stoner. Hij kende veel circuits nog niet en de overstap naar de veel krachtigere 250cc was fors. Maar bij LCR lag voor 2002 juist in die klasse de kans om een volledig Grand Prix-seizoen te rijden. Stoner greep die met beide handen aan en stond als zestienjarige fulltime aan de start van het 250cc-WK. Zijn snelheid was onmiskenbaar, maar het seizoen maakte ook duidelijk dat hij nog ervaring tekortkwam. Voor 2003 koos LCR daarom alsnog voor de route die Cecchinello aanvankelijk al logischer had gevonden: Stoner deed een stap terug naar de 125cc, waar hij zich verder kon ontwikkelen en nog datzelfde jaar zijn eerste Grand Prix-zege zou boeken.

Stoner bezorgde Ducati de eerste MotoGP-wereldtitel, nadat Loris Capirossi (links) vier jaar eerder de eerste zege voor de Italiaanse fabrikant had behaald.

Ruwe diamant

Na zijn eerste Grand Prix-zege, eind 2003 in Valencia, verruilde Stoner LCR voor het fabrieksteam van KTM. De Oostenrijkers waren ambitieus en voor de achttienjarige Australiër betekende de overstap de kans om zich als fabrieksrijder verder te ontwikkelen. Aan snelheid ontbrak het hem ook op de KTM niet. Stoner reed regelmatig vooraan, pakte podiumplaatsen en won in Maleisië. Het betekende tevens de eerste GP-zege op asfalt van het Oostenrijkse merk. Tegelijkertijd liet het seizoen opnieuw zien dat zijn enorme snelheid soms gepaard ging met een zekere onstuimigheid.

Na één seizoen bij KTM keerde Stoner terug naar de vertrouwde omgeving van Lucio Cecchinello. Ditmaal niet in de 125cc, maar opnieuw in de 250cc. Waar die klasse drie jaar eerder misschien nog een stap te vroeg was gekomen, was de coureur met startnummer 27 in 2005 klaar om voor de hoofdprijs te strijden. Op de Aprilia van LCR ontpopte hij zich tot de belangrijkste uitdager van regerend wereldkampioen Dani Pedrosa. De twee waren vrijwel exact even oud, maar hun weg naar de top kon nauwelijks meer verschillend zijn: Pedrosa was de koele, succesvolle protegé van Alberto Puig en Honda, terwijl Stoner via omwegen, verschillende teams en de nodige valpartijen zijn weg omhoog had gevonden. Zijn snelheid was inmiddels geen verrassing meer. Stoner won vijf Grands Prix en hield Pedrosa lange tijd onder druk in de strijd om de wereldtitel.

Toch was ook de oude onstuimigheid nog niet helemaal verdwenen. Uitgerekend tijdens zijn thuisrace op Phillip Island ging het mis. Stoner vertrok vanaf poleposition en vocht vooraan, maar werd in de openingsfase van zijn Aprilia geworpen. Een kostbare nulscore: Pedrosa won de race en stelde daarmee de wereldtitel veilig. Veelzeggend voor Stoners snelheid én karakter was wat er daarna gebeurde. Een week later stond hij in Turkije alweer op de hoogste trede van het podium.

De weg naar succes

Stoner was klaar voor de MotoGP. Even leek zijn toekomst bij het Honda-team van Sito Pons te liggen, waarvoor hij de RC211V zelfs testte. Toen dat project door een gebrek aan sponsoring niet van de grond kwam, sloeg Lucio Cecchinello toe. LCR maakte voor 2006 zelf de overstap naar de MotoGP en kreeg de beschikking over een Honda RC211V met ondersteuning van HRC. Stoner ging mee en werd zo de enige rijder van het team tijdens zijn debuutjaar in de koningsklasse.

Dat de twintigjarige Australiër de snelheid had, bleek vrijwel onmiddellijk. Al tijdens zijn tweede MotoGP-weekend, in Qatar, pakte hij poleposition. Een race later vocht hij in Turkije om de overwinning en kwam hij uiteindelijk als tweede over de finish, slechts twee tienden achter Marco Melandri.

Maar ook de andere kant van Stoner kwam dat jaar nadrukkelijk naar voren. Hij crashte regelmatig en viel zeven keer uit. Vooral het gevoel met de Michelin-voorband speelde hem parten: Stoner vertrouwde sterk op de voorkant van de motor en zijn agressieve manier van insturen paste niet altijd bij de band. Toch was Ducati overtuigd geraakt. Teammanager Livio Suppo had Stoner zelfs een jaar eerder al op de radar, maar vond het destijds te riskant om een MotoGP-rookie op de als lastig bekendstaande Desmosedici te zetten. Na Stoners prestaties in 2006 durfde Ducati die gok wel te nemen. Bovendien liepen de onderhandelingen over een nieuw contract met Sete Gibernau vast.

Voor 2007 kreeg Stoner diens plaats naast Loris Capirossi in het fabrieksteam. Het bleek een gouden greep. De nieuwe 800cc-Ducati en vooral de Bridgestone-banden sloten veel beter aan bij Stoners rijstijl. Waar hij op de Honda nog geregeld de voorkant verloor, vond hij op de Desmosedici het vertrouwen om zijn enorme snelheid wél om te zetten in resultaten. Wat daarna gebeurde, overtrof vrijwel alle verwachtingen: Stoner won in Qatar meteen zijn eerste race voor Ducati en zou met tien overwinningen in zijn eerste seizoen voor het Italiaanse merk rechtstreeks naar de wereldtitel rijden.

In zijn laatste MotoGP-seizoen in 2012 reed Stoner met startnummer 1.

Onhandelbare Ducati

De wereldtitel van 2007 wekte de indruk dat Ducati de ideale MotoGP-machine had gebouwd, maar de Desmosedici was allesbehalve gemakkelijk. Vooral het gebrek aan gevoel aan de voorkant vergde veel van de rijders. Capirossi zei later dat het leek alsof Stoner voor de Ducati geboren was. Hoe uitzonderlijk de Australiër ermee omging, bleek in 2008. Teamgenoot Marco Melandri kreeg nauwelijks vat op de GP8, terwijl Stoner zes races won en tweede werd in het WK. Ook Nicky Hayden zou vanaf 2009 ervaren hoe lastig de Ducati te doorgronden was. Stoner kon de tekortkomingen lang maskeren, maar zelfs hij liep steeds vaker tegen de grenzen van de Desmosedici aan. Bovendien sloegen Yamaha en Valentino Rossi in 2008 terug. Hun titelstrijd bereikte een hoogtepunt op Laguna Seca, waar Rossi en Stoner een spectaculair en bij vlagen hard duel uitvochten. Stoner vond sommige acties van de Italiaan te agressief en belandde uiteindelijk zelf in het grind. Hij kon verder en werd tweede, achter Rossi. Daarna ging Stoner ook in Brno en Misano onderuit terwijl hij vooraan reed. Rossi pakte uiteindelijk de wereldtitel.

In 2009 kreeg Stoner te maken met gezondheidsproblemen (bloedarmoede), waardoor hij drie races miste. Ook in 2010 bleef hij de enige Ducati-rijder die structureel met de Desmosedici wist te winnen. Na vier seizoenen vertrok hij naar Repsol Honda. Zijn opvolger bij Ducati was uitgerekend Rossi. Dat ook de negenvoudig wereldkampioen vervolgens twee seizoenen lang grote moeite had met de Desmosedici, plaatste Stoners prestaties op de eigenzinnige Ducati achteraf in een nog bijzonderder perspectief.

Icoon Luca Cadalora: de complete racer met de mooiste rijstijl

Tweede wereldtitel

De overstap naar Repsol Honda bracht Stoner in 2011 onmiddellijk terug naar de absolute top. Hij deed dat in gezelschap van zijn Italiaanse cheftechnicus Cristian Gabarrini, die hem ook al bij LCR en Ducati terzijde had gestaan. Waar de Australiër bij Ducati jarenlang om de beperkingen van de motor heen had moeten rijden, vond hij bij Honda een machine die veel natuurlijker bij hem paste. Het resultaat was indrukwekkend: Stoner won tien van de zeventien races, stond op één wedstrijd na telkens op het podium en pakte twaalf polepositions. Uitgerekend op zijn 26e verjaardag, voor eigen publiek op Phillip Island, stelde hij met een overwinning zijn tweede MotoGP-wereldtitel veilig.

Ook in 2012 behoorde Stoner tot de titelfavorieten. Hij won onder meer in Jerez, Estoril en Assen en voerde vroeg in het seizoen de WK-stand aan. Toch kwam in mei, tijdens de Franse Grand Prix op Le Mans, de grote verrassing: Stoner kondigde aan dat hij aan het einde van het jaar zou stoppen. Hij was pas 26. De Australiër maakte duidelijk dat zijn plezier in de MotoGP was afgenomen. Hij was teleurgesteld in de richting waarin de sport zich ontwikkelde, had moeite met de politieke en commerciële kanten van de paddock en wilde bovendien meer tijd met zijn inmiddels gestichte gezin doorbrengen. Zijn afscheidsseizoen kreeg vervolgens een pijnlijke wending. Tijdens de kwalificatie in Indianapolis crashte Stoner zwaar en liep hij een ernstige enkelblessure op. Hij reed de race nog wel en werd vierde, maar moest zich daarna laten opereren en miste drie Grands Prix. Daarmee verdween ook zijn laatste kans op een derde wereldtitel.

Voor zijn afscheid wilde Stoner echter koste wat kost terugkeren, vooral voor zijn thuisrace op Phillip Island. Daar liet hij nog één keer zien waarom hij tot de grote rijders van zijn generatie behoorde. Vanaf poleposition reed hij onbedreigd naar zijn zesde opeenvolgende zege in de Australische Grand Prix. Het was zijn laatste overwinning en bovendien zijn voorlaatste Grand Prix. Twee weken later sloot Stoner in Valencia zijn carrière af met een derde plaats. Op 27-jarige leeftijd trok de tweevoudig MotoGP-wereldkampioen de deur achter zich dicht. Om, zoals hij zelf op zijn pak aangaf, te gaan vissen. Zijn erelijst: 38 overwinningen en 69 podiumplaatsen in slechts 115 MotoGP-starts. Indrukwekkende cijfers, maar ze vertellen slechts een deel van het verhaal. De weg die Stoner aflegde, de machines die hij wist te temmen en het feit dat hij stopte terwijl hij nog altijd races won, maken hem tot een van de meest uitzonderlijke coureurs uit de Grand Prix-wegracegeschiedenis.

Foto’s: Henk Keulemans

Het bericht Icoon Casey Stoner: natuurtalent dat sneller was dan zijn erelijst verscheen eerst op Motor.NL.

Vorige

2027 Ducati Multistrada V4 S Grand Tour: standaard full-option kilometervreter

Ducati Sport 1000S uit 2007 gaat onder de hamer: een café racer-icoon te koop

Volgende