Waar zou het merk Triumph nu hebben gestaan zonder John Bloor? De visionaire ondernemer kocht in de jaren tachtig de naam van het failliete merk voor 150 duizend pond en bouwde er in stilte, maar met een indrukwekkende vasthoudendheid, een compleet nieuwe fabriek en modellenlijn omheen. Het resultaat: een reeks motoren die niet alleen betrouwbaar bleken, maar ook de basis vormden voor het karaktervolle drie- en viercilinder DNA waar Triumph vandaag de dag nog steeds om bekendstaat.
Van bijna ten onder tot hypermodern
In 1983 was het feitelijk over en uit met Triumph. Karakter alleen was niet meer genoeg om het hoofd te bieden aan de Japanse concurrentie, die met betrouwbaarheid en techniek de markt domineerde. Bloor zag echter kansen en investeerde zes jaar lang, grotendeels onopgemerkt, in kundige ingenieurs en een nieuwe fabriek. Er werd goed gekeken naar wat de Japanners deden, soms letterlijk gekopieerd, maar altijd met een eigenwijze, Engelse twist.
Een slimme zet was het modulaire bouwconcept: frames, rijwielgedeeltes en motorblokken konden in verschillende modellen worden ingezet. Dat leverde in 1990, bij de start van de productie, direct een brede range aan modellen op.

Scepsis maakte plaats voor bewondering
De eerste reacties op de nieuwe Triumphs waren voorzichtig. Zou dit écht wat worden? Al snel bleek van wel: de motoren waren goed afgewerkt, betrouwbaar en journalisten raakten steeds meer onder de indruk. Zo’n tien jaar lang volgde een stroom aan modellen met drie- én viercilinder blokken. De eerste generatie bestond uit een driecilinder 900 en een viercilinder 1000cc, maar omdat die te dicht bij elkaar lagen, werd de 1000 snel omgebouwd tot een 1200.
Namen uit het verleden kregen een tweede leven: Trident, Tiger, Daytona, Trophy, Thunderbird, Speed Triple en Sprint. De triples varieerden van 750 tot 900cc, terwijl de viercilinders het bij 1200cc hielden.
Epische motorfietsen | Moto Guzzi 750 V7: het Guzzi-icoon
Betrouwbaarheid boven records
Triumph koos bewust niet voor de wedloop naar lichtgewicht en topsnelheid, zoals de Japanse en Italiaanse merken dat wel deden. In vergelijkingstesten ging het vaak juist om die kenmerken, maar Triumph bleef trouw aan zijn eigen filosofie: goed, betrouwbaar en lekker vlot. Dat de Daytona 1200 met 147pk destijds tot de sterkste motoren van zijn tijd behoorde, bewijst dat Triumph best kon meekomen, alleen niet de behoefte voelde daarmee te koop te lopen. Diezelfde nuchtere houding is vandaag nog te herkennen: het 765cc triple-blok draait inmiddels in de Moto2-klasse, maar veel bombarie maakt Triumph daar nog steeds niet over.
Een erfenis die doorwerkt
Het succes van deze aanpak is inmiddels overduidelijk: talloze andere fabrikanten bouwen tegenwoordig ook driecilinder motoren, mede dankzij het pad dat Triumph 35 jaar geleden insloeg. De blokken uit die tijd staan bekend als bijna onverwoestbaar en trekken zowel doorgewinterde liefhebbers als studenten met een beperkt budget aan. Terwijl modellen als de Speed Triple, Tiger en Daytona bij echte kenners in de garage staan, zijn types als de Trophy en Sprint nog steeds voor een appel en een ei te vinden.
Wilco Vonk zet de youngtimers op de kaart
Vanwege de historische waarde die deze modellen volgens hem verdienen, nam Wilco Vonk het initiatief voor een bijzondere bijeenkomst: de Early Hinckley Meeting. Een evenement speciaal voor deze karaktervolle youngtimers met de fabrieksaanduiding T300.
Met medewerking van Triumph-dealer Blom, die zelf ook een mooie collectie in huis heeft, werd de eerste editie in Leusden direct een groot succes. Zo’n 35 motoren van diverse bouwjaren en modellen kwamen samen, precies 35 jaar na de introductie van deze generatie. Een toepasselijk aantal voor een viering van een tijdperk dat de basis legde voor het Triumph van vandaag.
Op naar het jubileum
De volgende mijlpaal staat al op de kalender: het 40-jarig jubileum van deze bijzondere generatie Triumphs. En gezien de overbemeten, bijna onkapotbare motorblokken die deze machines voortstuwen, lijkt dat weinig problemen op te leveren. Sterker nog, met de groeiende belangstelling voor deze youngtimers en het enthousiasme dat de eerste Early Hinckley Meeting al liet zien, mag de verwachting zijn dat de volgende editie nog groter wordt.
Tekst en foto’s: Wilco Vonk
Het bericht Early Hinckley Meeting zet vroege Triumphs in het zonnetje verscheen eerst op Motor.NL.










